Proefschrift Franca Warmenhoven over depressie in laatste levensfase

Felicitaties voor Franca bij de succesvolle verdediging van haar proefschrift! Hieronder vind je een korte samenvatting van haar werk van de afgelopen jaren.

Depressie in de laatste levensfase: Normaal verdriet of depressieve stoornis? 

Er wordt verondersteld dat depressie vaak voorkomt bij patiënten in hun laatste levensfase (palliatieve fase) en dat een depressie de resterende levenskwaliteit van zowel patiënt als naasten op vele vlakken negatief kan beïnvloeden. Maar hoe vaak komt een depressie nu daadwerkelijk voor bij palliatieve patiënten en hoe wordt in de klinische praktijk het onderscheid gemaakt tussen normaal verdriet, passend bij de context van een palliatieve patiënt, en een depressieve stoornis?

Wetenschappelijke publicaties over stemmingsstoornissen in de palliatieve fase rapporteren meestal dat een depressieve stoornis vaak voorkomt bij palliatieve patiënten. Het is in de praktijk moeilijk om bij een palliatieve patiënt het onderscheid te maken tussen normaal verdriet en een depressieve stoornis.

Het proefschrift van Franca Warmenhoven rapporteert allereerst een veel lagere prevalentie en incidentie van depressieve stoornis bij palliatieve patiënten dan in diverse andere wetenschappelijke publicaties. Slechts 2 van 64 geïncludeerde palliatieve patiënten (3%) bleken een depressieve stoornis te hebben (bepaald met een uitgebreid psychiatrisch interview). Daarnaast werd de incidentie van depressieve stoornis in de laatste levensfase bepaald door analyse van een huisartsendatabase waarbij gekeken werd hoe vaak een depressieve stoornis door de huisarts vastgesteld werd in het laatste levensjaar van patiënten die overleden zijn aan hartvaatziekten, COPD of kanker. Van de 982 geïncludeerde patiënten werd bij 19 patiënten (1,9%) een depressieve stoornis vastgesteld. De conclusie was dat een depressieve stoornis mogelijk helemaal niet zo vaak voorkomt bij palliatieve patiënten.

In het proefschrift wordt ook beschreven dat palliatieve patiënten zelf een aantal aspecten noemen die hen helpen bij het omgaan met somberheid in de specifieke context van de palliatieve fase, zoals bijvoorbeeld specifieke coping strategieën, zoals actief problemen oplossen, flexibel omgaan met beperkingen, afleiding zoeken en (lichamelijke) activiteiten blijven ondernemen zo lang het kan. Ook spiritualiteit en de sociale omgeving werden genoemd als steunende factoren. Als we in de klinische praktijk palliatieve patiënten kunnen helpen bij het identificeren en aanboren van hun persoonlijke krachtbronnen, kan dit mogelijk de weerbaarheid van patiënten ten goede komen en kan dit bijdragen aan persoonsgerichte zorg.

Uit een focusgroep onderzoek blijkt dat huisartsen deze persoonsgerichte zorg al vaak toepassen. Hoewel huisartsen het moeilijk vinden om onderscheid te maken tussen normaal verdriet en een depressieve stoornis bij palliatieve patiënten, geven zij ook aan dat de context van de patiënt en het feit dat zij een langdurige behandelrelatie hebben met de patiënt richtinggevend zijn in het beleid bij somberheid in de palliatieve fase. Zij gaven aan de diagnose depressie meestal niet nodig te hebben om toch een beleid voor klachten van somberheid te voeren dat afgestemd is op de context van de individuele patiënt.

Samengevat wordt in dit proefschrift geadviseerd om bij klachten van somberheid in de context van een palliatieve patiënt de diagnostiek niet te richten op de diagnose ‘depressieve stoornis’, maar om de somberheid in kaart te brengen binnen de context van de patiënt. Dit kan bijvoorbeeld door middel van ‘case formulation’, waarbij men een multi-dimensionele inventarisatie van een klacht maakt. Hierbij wordt niet alleen de klacht in kaart gebracht, maar ook de voorafgaande factoren, de in stand houdende factoren en de beschermende en positieve factoren.

Deze beschermende en positieve factoren vragen bijzondere aandacht. Vanuit het perspectief van de salutogenesis (een model dat gezondheidsgericht denken stimuleert) is het van belang verder te kijken dan alleen symptoomverlichting en expliciet aandacht te geven aan krachtbronnen van patiënten. In plaats van het ziekte georiënteerd model waarbij we ons vooral richten op het verlichten van symptomen bij palliatieve patiënten zouden we ons kunnen richten op een model dat zich ook richt op wat het voor de individuele patiënt in zijn of haar unieke context betekent om de laatste levensfase op een waardevolle manier te leven.

 

Noot

Franca Warmenhoven verdedigde haar proefschrift getiteld  Depression in palliative care: Normal sadness or disorder?  op 27 mei 2013 aan de Universiteit van Nijmegen, medische wetenschappen. Promotoren: prof. dr. K.C.P. Vissers, prof. dr. C. van Weel, prof. dr. J.B. Prins. Copromotor: dr. P.L.B.J. Lucassen.

 

No comments yet.

Leave a Reply

Powered by WordPress. Designed by WooThemes